Voorzitter,

Sinds mijn installatie in deze raad heb ik een aantal keer gedacht: misschien is dít het onderwerp waarover ik mijn maidenspeech moet houden.

Toen het ging over de H- en K-buurt. De buurten die ik niet alleen ken uit stukken en vergaderingen, maar waar ik zelf woon en waar ik iedere dag zie wat besluiten van deze raad betekenen.

Toen het ging over onderwijs. Omdat ik niet alleen raadslid ben, maar ook lerares. Omdat beleid voor mij gezichten heeft. Kinderen die ik ken. Ouders die ik spreek.

Toen het ging over jeugdzorg, omdat ik zelf moeder ben en ervan overtuigd ben dat de verantwoordelijkheid voor ieder kind bij ons allemaal ligt.

Toen het ging over Kwaku en over de Route naar Herstel. Over een geschiedenis die niet alleen achter ons ligt, maar nog altijd doorwerkt in onze stad en in de levens van Amsterdammers.

Steeds dacht ik: misschien wordt dit mijn maidenspeech.

Uiteindelijk sta ik hier vandaag vanwege een actualiteit.

Per 29 september heeft Different Colors House in Zuidoost voor onbepaalde tijd de deuren gesloten. Een plek waar moeders gebruikmaakten van ondersteuning, voorzieningen en ontmoeting. Over deze moeders en hun kinderen maken wij ons al langere tijd zorgen.

En misschien is het niet toevallig dat juist dit onderwerp mijn maidenspeech wordt.

Want hierin komen voor mij veel van die werelden samen.

  • Amsterdam.
  • Zuidoost.
  • Wonen.
  • Onderwijs.
  • Kinderen.
  • Moeders.

Vrouwen met kinderen die naar school gaan in onze stad, terwijl hun moeder niet weet waar zij die nacht zullen slapen.

Die onzekerheid raakt mij ook persoonlijk.

Toen ik in 2017 in Amsterdam voor de klas ging staan, woonde ik nog in Doetinchem. Een jaar lang reisde ik iedere dag heen en weer. Daarna verhuisde ik met mijn twee kinderen naar Amsterdam. We woonden eerst acht maanden in bij familie. Vervolgens vonden we in Venserpolder een appartement met één slaapkamer. Mijn zonen sliepen in die slaapkamer. Ik sliep op een slaapbank in de keuken.

Pas jaren nadat ik in Amsterdam was gaan werken, kreeg ik via de voorrangsregeling voor leraren een eigen woning.

Ik weet wat het betekent wanneer je probeert te werken, je kinderen op te voeden en door te gaan. Ik weet hoe wrang het is om zelfredzaam genoemd te worden, omdat men aan de buitenkant niet ziet hoe onzeker je bestaan is.

Misschien is dat ook waarom de situatie van deze moeders mij zo raakt.

Dat iemand zich staande houdt, betekent nog niet dat zij stevig staat.

Voorzitter,

Different Colors House is nu gesloten. Daarom is mijn eerste vraag aan het college heel concreet: wat betekent deze sluiting voor de moeders en kinderen die daar gebruikmaakten van ondersteuning en voorzieningen? Waar kunnen zij vanaf vandaag terecht?

Wat betekent het als iedere afzonderlijke instantie zegt haar werk te hebben gedaan, maar een kind aan het einde van de dag nog steeds geen bed heeft?

Dát is voor mij waar politiek begint.

Niet bij de vraag of onze regels op papier kloppen, maar bij de vraag wat er met een mens gebeurt wanneer die regels de werkelijkheid ontmoeten.

Wethouder Pels heeft de ambitie uitgesproken om binnen een jaar woonruimte te realiseren voor vijftig dakloze moeders en hun kinderen.

Voorzitter, BIJ1 wil dat óók. Wij willen dat die woningen er komen.

Maar tussen vandaag en ‘binnen een jaar’ zitten mogelijk twaalf maanden. En deze moeders en kinderen leven vandaag.

Kinderen moeten vandaag naar school. Zij moeten vandaag hun huiswerk kunnen maken. En vanavond moeten zij ergens veilig kunnen slapen.

Daarom horen wij graag wat de actuele stand van zaken is en wanneer de eerste moeders daadwerkelijk een sleutel krijgen.

Voorzitter,

Aan het begin zei ik dat ik vaak heb gedacht: misschien moet dít mijn maidenspeech worden.

Over mijn buurt. Over onderwijs. Over jeugdzorg. Over Kwaku en de Route naar Herstel.

Ik hoef echter niet te kiezen tussen deze onderwerpen want uiteindelijk komen ze samen in dezelfde vraag:

Wat betekent het om ergens thuis te zijn?

Thuis in je buurt. Thuis in je geschiedenis. Thuis in je gemeenschap. En thuis achter je eigen voordeur.

Laten we hier over een jaar niet opnieuw staan om te praten over de vijftig woningen die er hadden moeten komen.

Laten we zorgen dat er dan vijftig voordeuren zijn. Dat vijftig sleutels zijn overhandigd. En dat vijftig moeders tegen hun kinderen kunnen zeggen:

we hoeven vanavond nergens meer naartoe. We zijn thuis.

Dank u wel.